Verslag van werkbezoek aan Sri Lanka – deel 2

Beste allemaal,

Wat is de Heere goed voor mij! Iedere dag ervaar ik weer Zijn trouwe zorg en leiding in alle ontmoetingen en gesprekken. Inmiddels ben ik al twee weken in Sri Lanka en heb ik ontzettend veel indrukken opgedaan. Vanuit het vliegveld in Colombo ben ik direct doorgereisd naar Mannar, waar het project van Woord en Daad zich bevindt. Ik zeg ‘direct doorgereisd’, maar moet daarbij vermelden dat de chauffeur er niet bij stilstond dat wij al 18 uur waren, en echt verlangden naar een bed. We volgden dus de toeristische route, waarbij ons verschillende tempels en andere bezienswaardigheden werden getoond.

De eerste acht dagen heb ik doorgebracht met de projectleider van Woord en Daad. De eerste drie dagen was er ook een vrouw van de Rabobank bij, een sponsor van Woord en Daad, die de projecten bezoekt. Zo zijn we met zijn drieën de projecten langsgegaan.  Gelukkig was het vooral mijn taak om dingen vanuit de Sri Lankaanse cultuur uit te leggen: waarom dingen wel of juist niet werken. Ook kon ik makkelijker bruggen bouwen met de vissers, voor wie dit project voornamelijk is opgezet. Ik was dankbaar dat ik merkte dat er vertrouwen was om dingen met mij te delen. Want dat is niet een normale zaak. Door het oorlogsverleden is er een groot wantrouwen onderling.

 

Na acht dagen zijn mijn reisgenoten terug naar Nederland gegaan. Ik ben nog vijf dagen in Mannar gebleven om zaken voor Woord en Daad af te ronden, maar ook om mijn netwerk te vergroten. Dit is, samen met een ander gebied, het gebied waarin ik d.v. de komende maanden mijn werk voor Bijzondere Noden verder wil opbouwen. Eén ontmoeting heeft mij vooral bemoedigd. Ik ben in contact gekomen met twee mannen die bezig zijn een project op te zetten voor ouders van kinderen die – om verschillende redenen – meer nodig hebben dan het reguliere onderwijs. Zelf hebben deze ouders daar niet de financiële middelen voor. Ook ouders zijn nauw betrokken bij dit project. Dit klonk voor mij als een prachtige mogelijkheid om bij aan te sluiten. We hebben een avond samen gezeten en veel besproken. Ik heb aangegeven dat ik wilde aansluiten, maar wel vanuit mijn christelijke visie. Naast financiële middelen hoort daar voor mij ook christelijk materiaal en gebed bij. Tot mijn grote verwondering stemden deze twee mannen, van wie er één hindoe is, hiermee in. Ik heb hierdoor een mooie aansluiting om christelijke lectuur te delen met de ouders, en ook een stukje counseling op opvoeding  mee te geven.

Zondag heb ik een dienst bijgewoond, waarin ik ook werd gevraagd om iets uit Gods woord te delen. Dit was een heel speciaal moment. Ik heb inmiddels ook ontdekt dat ook hier in Sri Lanka het “ik ben van Paulus; en een ander, ik ben van Apollos” fenomeen speelt. Voor mij een extra reden om niet vanuit een bepaalde kerk te werken in Sri Lanka, omdat dat gelijk vijandschap kan oproepen.

Inmiddels ben ik aangekomen in Jaffna, mijn geboorteprovincie en de plek waar mijn broer, zussen en mijn familie wonen. Na al die jaren ben ik terug geweest in het huis (of wat er van over is) waar we moesten vluchten toen ik negen jaar oud was. Het is moeilijk te omschrijven wat dat moment met me deed, zoveel herinneringen liggen daar… Daarnaast merk ik dat de ontmoeting met mijn familie anders was voor mij dan de voorgaande keren. Ik voel hun geestelijke nood zoveel sterker. Ik zie wat ze doen en laten, al zoveel jaren, voor goden die geen goden zijn.

D.v. komende donderdag ga ik naar de provincie waar ik de afgelopen jaren de online Bijbelstudies ben opgestart. Het zal heel bijzonder zijn om mensen waarmee ik al veel gedeeld heb, voor het eerst in levenden lijve te ontmoeten. Voor het aankomend weekend heb ik vanuit Nederland al een programma opgezet. Er komt veel jeugd, met wie we spelletjes hopen te doen en die daarna een maaltijd krijgen aangeboden. We hebben een moment gepland waarin veel pastors uit de omgeving komen, met wie ik een ontmoeting heb. Ook dit is heel belangrijk; zij kunnen mijn kanalen zijn om te ontdekken waar hulp nodig is. Maar ook waar evangelisatieprojecten ondersteund kunnen worden door het deputaatschap Bijbelverspreiding, enzovoort.

Kortom, ik hoef mij niet te vervelen. Het zijn hele intensieve dagen geweest… en ja, drie weken is gewoon veel te kort 🙂 Maar ik kan niet anders dan afsluiten met de woorden: de Heere is trouw en oneindig goed! Hij opent veel deuren waarover ik nu nog maar in een notendop iets heb verteld. Vanuit Nederland zal ik nog het een en ander toelichten.

Tja, en dan de vraag die we afgelopen weken ook veel kregen: hoe gaat het met de Sinnakilies in Nederland? Wij kunnen en willen niet anders dan zeggen dat de Heere ook hier wonderlijk zorgt. Ook daar zouden we nog wel het een en ander over kunnen delen, maar dat laten we nu voor wat het is. Voordat Ruben vertrok, zijn wij samen nog twee nachten weggeweest. We hebben toen Mattheus 10 doorgenomen en nagedacht over de woorden uit vers 37: “Die vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig; en die zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mijns niet waardig.” Dat vers kwam ineens heel dichtbij en hielp me nog meer om Ruben los te laten.

Uit alles merken we dat er veel voor ons gebeden wordt! Waar ik bij vorige bezoeken merkte dat Ruben geestelijk heel leeg raakte, misschien door alle invloeden, is dit nu zo ontzettend anders. De Heere is zo nabij! Tegelijk weten we en merken we dat de duivel tekeer gaat en dat wij maar zwakke mensen zijn… dus wat hebben we het gebed met en voor elkaar nodig.