D.V. liturgie dankdag

Morgendienst

 

Zingen:              Psalm        68 : 10

Lezen:                Geloofsbelijdenis van Athanasius (eerste deel 1 – 24)

Zingen:              Psalm        33 : 11

Schriftlezing: 1 Kronieken 29 : 10 – 20   

Zingen:              Psalm       136 : 1, 2, 3, 4, 25 en 26

Zingen:            Psalm     145 : 3

Zingen:              Psalm         72 : 10

 

Uitgangspunt is 1 Kronieken 29:14b

‘Gekregen en gegeven’

1) Van God gekregen (Want het is alles van U)

2) Aan God gegeven (en wij geven het U uit Uw hand) 

 

Vragen voor onze kinderen en jongeren:

1.Leg uit: ‘we reizen naar de eeuwige dankdag of naar de eeuwige klaagdag’.

2.Hoe oud is David in 1 Kronieken 29 en hoe lang is hij dan koning?

3.Wat heeft David allemaal van de Heere gekregen?

4.Wat heb jij allemaal van de Heere gekregen? Heb je het belangrijkste ontvangen wat David had?

5.Waarvoor brengen David en het volk goud, zilver en allerlei andere kostbaarheden samen?

6.Is de opbrengst groot en wat gaat David dan doen?

7.Van Wie is nu al het goud, zilver en alle andere kostbaarheden?

8.Waar ‘let’ de Heere op als wij dingen (geld, bezit, tijd enz.) aan Hem geven?

9.Kun je het verhaal van het opperhoofd van de Indianen navertellen?

10.Wat is het ‘grootste’ dat God gaf? Verlang jij naar die gave? Hoe is dat te merken in jouw leven?

 

Middagdienst 

 

Zingen:            Psalm      74 : 19 en 20

Lezen:             Geloofsbelijdenis van Athanasius (tweede deel)

Zingen:            Bedezang voor de predikatie

Schriftlezing:  Psalm        4   

Zingen:            Psalm        4 : 1, 2 en 3

Zingen:          Psalm      4 : 4

Zingen:            Psalm      84 : 6

 

Psalm 4 : 7 en 8

‘Het goede in nood’

 1) de vraag in die nood (vs 7a)

 2) de bede in die nood  (vs 7b)  

 3) de vreugde in die nood (vs 8)  

 

Vragen voor onze kinderen en jongeren:

1.Hoe noemen we Psalm 3 en hoe Psalm 4 en waarom?

2.Welk groot verdriet is er in het leven van koning David gekomen?

3.Welke vraag wordt er gesteld en wat wordt er mee bedoeld?

4.Leg uit: ‘Wij moeten niet naar het goede maar naar God leren vragen’.

5.Welke bede/ welk gebed gaat David doen in zijn nood?

6.Wat is eigenlijk ‘het licht van Gods aangezicht’?

7.Elke zondag hoor je die zegenbede; waar komt die bede vandaan?

8.Waar hebben de meeste mensen (vroeger en nu) genoeg aan?

9.Hoe is het in jouw leven? Waar verlang jij naar voor het komende seizoen?

10.Wat is het geheim van Davids leven en van al Gods ware kinderen?