Dordtse Leerregels hfd. 3-4 paragraaf 17

Paragraaf 17

Die almachtige werking van God brengt ons natuurlijk leven voort en onderhoudt het. Dit sluit het gebruik van de middelen niet uit, maar eist het gebruik daarvan. Want daardoor heeft God, in Zijn oneindige wijsheid en goedheid, Zijn kracht willen uitoefenen.

Zo is het nu ook met de eerdergenoemde bovennatuurlijke werking van God, waardoor Hij ons wederbaart. Daarbij sluit Hij het gebruik van het Evangelie geenszins uit en stoot het niet omver. Want de wijze God heeft dat tot een zaad van wedergeboorte en tot een spijs voor de ziel verordineerd.

Daarom hebben de apostelen en later de leraars het volk in deze genade van God godzalig onderwezen. Dat deden zij tot Zijn eer en om alle hoogmoed van de mensen te onderdrukken. Zij hebben intussen toch niet nagelaten hen door heilig onderwijs uit het Evangelie onder de bediening van het Woord, de sacramenten en de kerkelijke tucht te houden.

Zo moeten ook nu degenen die anderen in de gemeente leren of die geleerd worden, zich er ver van houden om die dingen van elkaar te scheiden, waarvan God naar Zijn welbehagen heeft gewild dat zij aan elkaar verbonden blijven. Anders zouden zij zich daardoor verstouten om God te verzoeken.

Want door het onderwijs wordt de genade meegedeeld. En hoe vaardiger wij ons ambt waarnemen, des te heerlijker vertoont zich ook deze weldaad van God, Die in ons werkt. Dan is er sprake van de allerbeste voortgang van Zijn werk.

Vanwege de middelen en vanwege de zaligmakende vrucht en de kracht daarvan, komt God toe alle heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

Wij hebben van de almachtige God het leven, ons natuurlijk leven gekregen. De Heere onderhoudt ons leven ook. Wij krijgen eten en drinken. De Heere wil dat wij die middelen, die Hij geeft om ons leven te onderhouden, gebruiken. Daardoor laat Hij Zijn wijsheid, goedheid en kracht zien.

Dat geldt nu ook voor het Goddelijk werk van de wedergeboorte. Daar gebruikt God het Evangelie voor. Door Zijn Woord wil Hij dat wonder werken. Daarom wordt het Woord van God genoemd: het zaad der wedergeboorte.

Zoals de Heere ons voedsel geeft voor het lichaam, zo gebruikt Hij Zijn Woord als voedsel voor de ziel. Daarom worden wij daarin onderwezen. Dat gebeurde vroeger door de apostelen en nu door Zijn dienstknechten. De Heere doet dat tot Zijn eer en om alle hoogmoed van de mensen weg te nemen. Want wij moeten niet denken, dat wij van onszelf wijs genoeg zijn!

Zo mogen wij komen onder de bediening van Gods Woord en de sacramenten.

Als wij menen dat God het zonder die middelen ook wel kan geven, verzoeken wij God. Wij zijn dan ongehoorzaam aan Zijn bevel. De Heere wil ons onderwijzen door Zijn Woord. In die weg en door dat middel wil Hij genade schenken. Daarom moeten wij die middelen elke dag biddend gebruiken.

Voor het geven van die middelen en voor de zegen die God daardoor geven wil, zal Hij eeuwig verheerlijkt worden. Want God doet alles tot Zijn eer!