liturgie D.V. zondag 23 maart

Morgendienst, 4e lijdenszondag

 

Zingen: Psalm 22 : 6
Zingen: Psalm 78 : 3
Schriftlezing: Lukas 22 : 31 – 46
Zingen: Psalm 59 : 1, 2 en 10
Zingen: Gebed des Heeren : 6 en 8
Zingen: Psalm 52 : 7

 

‘Nacht in de hof Gethsemané’.

1) bidden in het stof (vs 39-42)
2) bijstand uit de hemel (vs 43)
3) bloed op de aarde (vs 44)

 

Vragen voor onze kinderen en jongeren:
1.Wanneer gaat de Heere Jezus naar Gethsemané?
2.Welke drie discipelen noemen we de ‘kroongetuigen’ en waarom?
3.Wat is de reden dat de Zaligmaker Zijn jongeren meeneemt naar de hof?
4.Welk onderwijs krijgen de discipelen (en wij) in lijdenstijd?
5.Van welke gebedshouding hoor je? Bid jij ook zo en waarom is dat zo gepast?
6.Hoe luidt het gebed dat Jezus uitspreekt?
7.Waarom is het lijden in de Olijvenhof zo verschrikkelijk zwaar?
8.Welke aangrijpende boodschap krijgen we als we dit vreselijke lijden overdenken?
9.Wie komt de Heere Jezus versterken en waarom doen de discipelen dat niet?
10.Welk ‘bewijs’ geeft de dokter Lukas van het ontzettende lijden?

 

Middagdienst, leerdienst Dordtse Leerregels V, 11

Zingen: Psalm 77 : 2
Zingen: Psalm 134 : 1
Schriftlezing: Mattheüs 11 : 1 – 19
Zingen: Psalm 73 : 1, 6 en 8
Zingen: Psalm 56 : 4 en 5
Zingen: Psalm 33 : 11

 

‘De praktijk van het geloofsleven’.

1) Twijfel en aanvechting (11a Ondertussen…gevoelen)
2) Vertroosting en uitkomst (11b Maar…op)

 

Vragen voor onze kinderen en jongeren:
1.Met welk voorbeeld uit de Bijbel begint de preek?
2.Wat is het verschil tussen ‘twijfelingen’ en ‘aanvechtingen’?
3.Waarover twijfelen onbekeerde mensen zoal? Waarover twijfel jij?
4.Waarover gaat de twijfel bij de gelovigen?
5.Wat betekent de toevoeging ‘des vleses’?
6.Wat is het verschil tussen ‘zekerheid’ en ‘zelfverzekerdheid’?
7.Kun je wat aanvechtingen – die de Bijbel beschrijft – vertellen?
8.Leg uit: ‘zonder twijfel komt een kind van God niet in de hemel maar twijfel is een grote zonde’.
9.Welke heerlijke Naam krijgt de God van alle gelovigen?
10.Op welke (3) manieren zorgt de Heere volgens paragraaf 11 voor de Zijnen?