Liturgie DV Oud- en Nieuwjaarsdag en zondag 4 januari

Oudjaarsavond ’25

 

Zingen:            Psalm        103 : 8 en 9

Lezen:              NGB, artikel 37

Zingen:            Psalm          98 : 4 

Schriftlezing: Psalm          90 – 91 : 1

Zingen:            Psalm          90 : 1, 2, 5 en 8

Zingen:            Psalm          91 : 1

Zingen:            Psalm          89 : 19 en 20

 

Een dringende raad’ (Psalm 91:1)

1) over de schuilplaats (vs 1a)

2) over de schaduw (vs 1b)

 

Vragen voor onze kinderen en jongeren:

1.Met welke vraag begint de preek en wat is jouw antwoord?

2.Wie is misschien de dichter van deze Psalm?

3.Wat is de ‘strik van de vogelvanger’?

4.En wat wordt bedoeld met de ‘zeer verderfelijke pestilentie’?

5.Kun je nog een paar grote gevaren noemen die in deze Psalm staan?

6.Wat is de oorzaak van al deze ellende? Heb jij er al last van gekregen?

7.Welke dringende raad klinkt er in deze preek?

8.Wie is uiteindelijk de ‘schuilplaats’ en hoe kom je daar?

9.Waarop wijst het woordje ‘gezeten’?

10.Wat is de ‘schaduw van de Almachtige’? Waar lezen we dat voor het eerst in de Bijbel?

 

Nieuwjaarsmorgen ’26 

 

Zingen:            Psalm        27 : 3

Lezen:              NGB, artikel 13

Zingen:            Psalm          33 : 6 

Schriftlezing: Psalm         91

Zingen:            Psalm          91 : 2, 3 en 4

Zingen:            Psalm          91 : 5

Zingen:            Psalm          61 : 3

 

‘Wie de Heere is voor Zijn volk’ (Psalm 91:2). De dichter zegt:

 1) Mijn veiligheid (Mijn Toevlucht en Mijn Burcht)

 2) Mijn verkwikking (Mijn God op Welken ik vertrouw)

 

Vragen voor onze kinderen en jongeren:

1.Wat bedoelen we met de uitdrukking: ‘we zijn mensen van gisteren en weten niets?’

2.Welke mooie lijn zien we van Psalm 90:1 naar Psalm 91:2?

3.Wat betekent de Naam HEERE (met vijf hoofdletters)?

4.Leg uit: ‘een verbondsbreker spreekt om de VerbondsMiddelaar tot de VerbondsGod’.

5.Wat is het geheim van ‘t woordje ‘mijn’ dat we 3 keer lezen in dit vers?

6.Waneer kun je dat woordje alleen echt gebruiken?

7.Wie is ten diepste die ‘Toevlucht’ en die ‘Burcht’?                                 

8.Verlang jij daarnaar? Hoe moet je daar komen?

9.Noem eens wat voorbeelden van mensen die niet te vertrouwen waren in het leven van Mozes? Kunnen we onszelf vertrouwen?

10.Waar komt het echte vertrouwen vandaan?

 

Zondagmorgen 4 januari, bediening Heilige Doop/ H.C. zondag 14

 

Zingen:                           Psalm    51 : 3

Zingen:                           Psalm  119 : 15 

Schriftlezing:              Hebreeën 2

Zingen (bij binnendragen) ps 105 : 5, (na doop) ps 134 : 3   

Zingen:                           Psalm    32 : 1, 3 en 6

Zingen:                           Psalm  139 : 10     

 

‘De geboorte van de Middelaar’; twee gedachten:   

1) de waarheid daarvan (35)

2) de troost daarvan (36)

 

Vragen voor onze kinderen en jongeren:

1.Welke vier Namen hebben we van de Zaligmaker al gehoord in Zondag 11, 12 en 13?

2.Welke moeilijke zin uit de Twaalf Artikelen legt vraag 35 uit?

3.Uit Wie is de Heere Jezus ontvangen? En uit wie is de Heere Jezus geboren?

4.Wat blijft de Zoon van God bij Zijn geboorte en wat heeft Hij aangenomen?

5.Leg uit: ‘Wat uit God is, is wáár’. Hoe vaak staat dat woordje in antwoord 35?

6.Kun jij voorbeelden noemen waarin de Heere Jezus Zijn broederen gelijk is geworden?

7.Wat heeft de Heere Jezus nooit gehad?

8.Voor wie ‘bedekt’ de Middelaar de zonden?

9.Kun je het voorbeeld bij dat ‘bedekken’ navertellen?

10.Wie krijgen die ‘bedekking’ nodig? Zoek jij daar al naar?

 

Zondagmiddag 4 januari, bevesting ambtsdragers en afscheid

 

Zingen:                        Psalm      56 : 4

Zingen:                        Psalm      74 : 16

Schriftlezing:             Psalm      92     

Zingen:                        Psalm      91 : 5, 6 en 7    

Zingen:                        Psalm      91 : 8

Toezingen:                  Psalm     84 : 3

Zingen:                        Psalm       9 : 2

 

‘Heerlijke weldaden beloofd’ (Psalm 91:14-16).

1) wie er wordt aangewezen (3 kenmerken: Die Mij kennen, beminnen, aanroepen)

2) wat er wordt aangewezen (8 beloften: uithelpen, op een hoogte stellen, verhoren, bij hem zijn, eruit trekken, verheerlijken, langheid der dagen, Mijn heil  doen zien)

 

Vragen voor onze kinderen en jongeren:

1.Met welke vraag en welk voorbeeld begon Philpot?

2.Wat doen sommige mensen vandaag en waarom is dat zo erg?

3.Wat betekent: ‘Hij kent Mijn Naam’?

4.Kun jij het nazeggen dat ‘je de Heere erg liefhebt’? Waaruit blijkt dat?

5.Welk derde kenmerk horen we van de ontvangers van deze beloften?

6.Wat betekent ‘uithelpen’? Kun je een voorbeeld uit de Bijbel geven?

7.En welk voorbeeld hoor je bij ‘in de benauwdheid zal Ik bij hem zijn’?

8.Kun je nog meer heerlijke dingen noemen die Gods kinderen krijgen?

9.Worden al Gods kinderen oud?

10.Wat is de rijkste weldaad die ze krijgen? Zou jij dit ook allemaal kunnen krijgen? Hoe?