Morgendienst / bediening Heilige Doop
Heidelbergse Catechismus zondag 26a
Zingen: Psalm 103 : 8 en 9 (i.v.m. overlijden van mw. van Dam-van Baaren)
Zingen: Psalm 119 : 49
Schriftlezing: Romeinen 6 : 1 – 14
Zingen (binnendragen) 105 : 5, (na doop) ps 134 : 3
Zingen: Psalm 25 : 2, 3 en 5
Zingen: Psalm 32 : 1
‘De afwassing der zonde’.
1) betuigd (69)
2) beleefd (70)
Vragen bij de preek:
1.Welke Naam komt het meeste voor in de vragen en antwoorden 69 en 70?
2.Kun je het voorbeeld van het paleis, de koning en de schatten vertellen?
3.Wat is de betekenis van de Heilige Doop volgens vraag 69?
4.Voor wie is dat ‘ten goede’ of wie heeft daar nu het nut van’?
5.Wie heeft de Heilige Doop ingezet?
6.Waarom staat er ‘dit uitwendig waterbad’?
7.Wat is de rijke betekenis van de Doop?
8.Leg uit: Gods kinderen zijn gewassen met het bloed en de Geest van Christus.
9.Wat is het werk van de Heilige Geest in een zondaar of zondares?
10.Waaraan kun je merken dat iemand een ware christen is? Kunnen ze dat aan jouw leven merken?
Middagdienst, opening catechese- en verenigingseizoen
en start Jeugwerkactie ‘Een veilige plek’
Zingen: Psalm 56 : 6
Zingen: Psalm 100 : 2
Schriftlezing: 1 Samuël 19 : 1 – 7
Zingen: Psalm 27 : 1, 4 en 5
Zingen: Psalm 57 : 1 en 5
Zingen: Psalm 91 : 1
Vervolgpreek (9) ‘Momenten uit het leven van David’
‘Een veilige plek’.
1) De plannen van Saul (vs 1a)
2) De pleitrede van Jonathan (vs 1b-5)
3) De plaats van David (vs 6,7)
Vragen bij de preek:
1.Waarom heeft Saul zoveel haat tegen David?
2.Waar komen die boze plannen vandaan? Hoe komt het dat mensen geen ‘veilige plek’ hebben?
3.Wat doet Jónathan allereerst en hoe is deze kroonprins ons tot een voorbeeld?
4.Naar Wie is Jónathan een verwijzing? Wat doet Hij voor Zijn vrienden?
5.Ben jij al van een vijand een vriend geworden? Hoe is dat gegaan?
6.Waarom is het zo goed om naar catechisatie, vereniging en andere gemeente-activiteiten te komen?
7.Welk plan heeft Jónathan bedacht?
8.Welke argumenten gebruikt hij om zijn vader te overtuigen?
9.Wat doet Saul dan? Mag je zomaar zweren?
10.Welke (voorlopig) veilige plek krijgt David? En waar zoek jij een ‘veilige plek’?

