Liturgie DV 4 oktober

Morgendienst/ Voorbereiding Heilig Avondmaal

preek 12 ‘Momenten uit het leven van David’

 

Zingen:            Psalm       35 : 1

Zingen:            Psalm      119 : 53

Schriftlezing:1 Samuël 20 : 1 – 23

Zingen:            Psalm      89 : 13, 14 en 15    

Zingen:            Psalm      22 : 12 en 13

Zingen:            Psalm      25 : 7 

 

‘Verbondssluiting’.  

1) de verbondstrouw (vs 1-10)

2) de VerbondsGod (vs 11-15)

3) de verbondseed (vs 16-17)

 

Vragen bij de preek:

1.Waarom vlucht David weg bij de profetenschool uit Najoth?

2.Waar gaat hij (waarschijnlijk in de nacht) naar toe?

3.Leg uit: ‘Een vriend heeft te allen tijde lief, en een broeder wordt in de benauwdheid geboren’.

4.Welke sombere gedachten horen we uit de mond van David?

5.Wat bedoeld David met de woorden: ‘Er is maar als één schrede tussen mij en tussen de dood’?

6.Waarom heeft dat woord in de voorbereidingspreek zo’n ernstige klank?

7.Welk plan legt David voor aan Jonathan?

8.Wat hoor je van de VerbondsGod?

9.Welk verbond moet er gesloten zijn om ‘waardig’ aan de Avondmaalstafel te komen? Hoe gaat een zondaar ‘over’ in dat verbond?

10.Welke verbondseed sluiten David en Jonathan? Hoe komt de liefde van een echte Avondmaalsganger openbaar?

 

Middagdienst/ Heidelbergse Catechismus zondag 28

 

Zingen:                  Psalm    36 : 2

Zingen:                  Psalm      8 : 1

Schriftlezing:  1 Korinthe 11 : 17 – 34 

Zingen:                  Psalm    65 : 1, 2 en 3

Zingen:                  Psalm    84 : 2 en 3

Zingen:                  Psalm  103 : 3

 

‘Avondmaal vieren’; drie kernwoorden:

1) gedachtenis (vr./antw. 75)

2) betekenis (vr./antw. 76)

3) getuigenis (vr./antw. 77)

 

Vragen bij de preek:

1.Wat is ‘vermanen’ en wat betekent ‘verzegelen’?

2.Welke drie stukken (dingen) moet een echte Avondmaalganger geleerd hebben?

3.Om Wie gaat het in het Heilig Avondmaal?

4.Leg uit: ‘De weg die het brood ging, verwijst naar de Zaligmaker’.

5.Welke ‘zekerheid’ wil de Heere Zijn kinderen geven?

6.Waarom staat er het woordje ‘geniet’ in antwoord 75?

7.Wat ‘krijgt’ een kind van God door het geloof aan het Avondmaal?

8.En wat gebeurt er in het leven van de ware gelovige?

9.Welke twee Bijbelplaatsen staan in antwoord 77? Waarom zijn er twee stukjes uit een brief van Paulus genoemd?

10.Zou je bij de echte Avondmaalgangers willen horen? Wat moet er dan gebeuren in jouw leven?