1e Kerstdag
Morgendienst/ Lukas 2 : 13, 14
Zingen: Lofzang van Maria : 1 en 3
Lezen: Dordtse Leerregels hfst. 1, pa. 1 en 2
Zingen: Psalm 98 : 2
Schriftlezing: Lukas 2 : 1 – 20
Zingen: Psalm 150 : 1, 2 en 3
Zingen: Psalm 85 : 4
Zingen: Psalm 89 : 8
Na de dienst (voor zover mogelijk staande) het ‘Ere zij God’
‘Jubel in Efratha’s velden’.
1) de eer van God (vers 13, 14a)
2) de vrede van God (vers14b)
3) het welbehagen van God (vers 14c)
Vragen voor onze kinderen en jongeren:
1.Met welke vraag begint de preek?
2.Wat weet je van de geboorte van de Heere Jezus?
3.Welk antwoord op vraag 1 hoor je? Begrijp je waarover het allereerst gaat bij het Kerstfeest?
4.Waarom is het zo bijzonder dat we dan lezen van een engel?
5.Leg uit: ‘De hemel kon niet in de hemel blijven, want hemel is het daar en is het alleen dáár, waar Jezus is’.
6.Hoe klinkt de eerste Kerstpreek?
7.Welk ‘verlangen’ hebben de engelen?
8.Is ‘ere zij God in de hoogste hemelen’ een wens?
9.Welke geheim ligt er achter de woorden ‘vrede op aarde’?
10.En wat is het wonder van het slot (in de mensen een welbehagen)? Wat doe jij met deze heerlijke jubel?
Middagdienst/ 2 Korinthe 9 : 15
Zingen: Psalm 75 : 1
Lezen: Geloofsbelijdenis van Nicéa
Zingen: Psalm 25 : 4
Schriftlezing: 2 Korinthe 9
Zingen: Lofz. v. Zacharias : 1, 2 en 3
Zingen: Psalm 149 : 1 en 5
Zingen: Psalm 145 : 2
‘Paulus jubel: Gode zij dank’.
1) De goedheid van de Vader (Doch Gode)
2) De gave van de Zoon (Zijn onuitsprekelijke gave)
3) De vrucht van de Heilige Geest (dank)
Vragen voor onze kinderen en jongeren:
1.Waarom wordt de tweede Korinthebrief een ‘collectebrief’ genoemd?
2.Hoe weten we dat het in onze tekst echt over de ‘Kerstgave’ gaat?
3.Wat is het verschil met vader Abraham die zijn zoon Izak aan de Heere wilde geven en de goedheid van God de Vader?
4.Is er plaats voor Gods gave bij mensen en in jouw hart? Wat heb jij (en elk mens) nodig?
5.Wat betekent dat woord ‘onuitsprekelijk’? Kun je het voorbeeld navertellen?
6.In de preek hoor je toch veel dingen over de Gave, de Heere Jezus; kun je wat dingen noemen?
7.Waarom raken Gods kinderen nooit uitgesproken over de Zaligmaker?
8.Wanneer gaan we ‘echt’ danken?
9.Kun je dat echte danken aanwijzen bij de mensen rondom de kribbe?
10.Leg uit: ‘Het danken hier komt niet klaar, want het is eeuwigheidswerk’.
2e Kerstdag
Morgendienst/ Lukas 2 : 30
Zingen: Psalm 118 : 7
Schriftlezing: Lukas 2 : 21 – 35
Zingen: Psalm 130 : 1, 3 en 4
Zingen: Lofz. v Simeon : 1 en 2
Zingen: Psalm 117
‘De jubel van Simeon’. Hij spreekt:
1) over mijn ogen
2) over Uw zaligheid
3) over alle volken
Vragen voor onze kinderen en jongeren:
1.Met welke vraag begint de preek en wat is jouw antwoord?
2.Wat betekent de naam Simeon?
3.Welke drie ‘achternamen’ droeg hij en wat betekenen ze?
4.Waarover is Simeon bedroefd geweest? Ken jij die droefheid?
5.Wat had de Heere aan Simeon beloofd?
6.Waarom komt Simeon precies op de 40e dag na de geboorte van de Heere Jezus in de tempel?
7.Hoe heeft hij geweten Wie de Heere Jezus was?
8.Wat doet hij als hij de Zaligmaker ziet?
9.Wat betekent: ‘Je handen vol aan Jezus hebben?’
10.Welke heerlijke profetie doet Simeon over de Zaligmaker?
Zondag 28 december
Morgendienst/ H.C. zondag 13
Zingen: Psalm 122 : 1
Zingen: Psalm 119 : 14
Schriftlezing: Johannes 1 : 1 – 18
Zingen: Psalm 115 : 5, 6, 7 en 8
Zingen: Psalm 135 : 2 en 8
Zingen: Psalm 2 : 7
‘Troostrijke benamingen’
1) Eniggeboren Zoon en adoptiekinderen (vr./antw. 33)
2) Heere en gekochten met bloed (vr./antw. 34)
Vragen voor onze kinderen en jongeren:
1.Waarom gaat het over ‘noemen en roemen’ in zondag 11, 12 en 13?
2.Over welke twee Namen van de Heere Jezus gaat het vanmorgen?
3.Welke twee woorden passen alléén bij ‘eniggeboren Zoon van God’?
4.Leg uit: ‘Al Gods ware kinderen zijn adoptiekinderen’.
5.Ben jij al ‘geestelijk geadopteerd’? Welke kinderen zijn twee keer geadopteerd?
6.Hoe gaat die ‘geestelijke adoptie’ precies? Kun je het voorbeeld uit Ezechiël 16 navertellen?
7.Wat betekent de Naam ‘Heere’ met kleine letters?
8.Hoe zijn alle echte gelovigen van Jezus geworden?
9.Kun je het voorbeeld van die jongen en zijn bootje vertellen? Wat is de betekenis daarvan voor een ‘gekochte’ zondaar?
10.Waarom hebben mensen in het stuk der verlossing nog zoveel last van de zonde en de duivel?
Middagdienst,
Zingen: Psalm 22: 12
Schiftlezing: Psalm 71: 10
Schriftlezing: Lukas 2: 22-40
Zingen: Psalm 69: 13 en 14
Zingen: Psalm 119: 86
Zingen: Psalm 92: 7 en 8
Tekst: Lukas 2:36-38
Thema: Anna de profetes
1. Anna en haar voorgeslacht (vers 36a)
2. Anna en haar weduwschap (vers 36b en 37)
3. Anna en haar belijdenis (vers 38a)
4. Anna en haar lofprijzing (vers 38b)
Vragen:
1. Wat wil het zeggen dat Anna een profetes wordt genoemd?
2. Zie je overeenkomsten tussen Anna en Hanna (1 Samuël 1)?
3. Wie was er ouder? Simeon of Anna?
4. Wat dreef Anna elke keer naar de tempel?
5. Wat kunnen we van Anna leren als het gaat om onze kerkgang?
6. Wat wil het woordje ‘insgelijks’ in vers 38 zeggen?
7. Wat zou Anna’s belijdenis hebben ingehouden?
8. Wat zou uw/jouw reactie zijn als Anna bij u/jou aan de deur kwam met deze boodschap?

