Paragraaf 6
Velen worden door het Evangelie geroepen, maar bekeren zich toch niet en geloven niet in Christus. Zij vergaan in ongeloof. Dat gebeurt niet omdat er gebrek zou zijn aan de offerande van Christus, aan het kruis geschied, of omdat die offerande niet genoegzaam zou zijn. Maar dat gebeurt door hun eigen schuld.
Iedereen die het Evangelie hoort, wordt door God geroepen. Want God heeft geen lust in ons verderf maar in ons behoud! Toch bekeren velen zich niet en geloven niet. Zij gaan verloren.
Heeft Christus dan niet genoeg betaald? Christus heeft wel genoeg betaald, maar zij gaan door hun eigen schuld verloren, door hun ongeloof. Zij hebben niet gewild!
Paragraaf 7
Maar ook zijn er velen die waarachtig geloven. Zij worden van de zonde en het verderf verlost en worden behouden door de dood van Christus. Zij genieten deze weldaad alleen uit Gods genade, die hen van eeuwigheid in Christus gegeven is. Die genade is God aan niemand schuldig.
Er zijn ook velen die wel geloven. Zij vluchten in hun nood met al hun zonden en ellenden tot Christus. Zij worden behouden door de dood van Christus. Dat is Gods genade, dus onverdiend! God was echt niet verplicht om het geloof en het eeuwige leven aan hen te geven.

