Paragraaf 12
Dit is nu die wedergeboorte, die vernieuwing, nieuwe schepping, opwekking uit de doden en levendmaking, waarvan zo heerlijk in de Schriften gesproken wordt en die God zonder ons in ons werkt.
Die wordt in ons niet teweeggebracht door middel van de uiterlijke prediking en door aanrading alleen. De wijze van werking is niet zo dat, als God Zijn werk volbracht heeft, het dan in de macht van de mens zou zijn om wedergeboren te worden of niet wedergeboren te worden. Dat het in zijn macht zou zijn om bekeerd te worden of niet bekeerd te worden. Nee, maar het is een geheel bovennatuurlijke, een zeer krachtige en tegelijk zeer zoete, wonderbaarlijke, verborgen en onuitsprekelijke werking. De Schrift (die door de Werkmeester van deze werking is ingegeven), getuigt ervan, dat de kracht van die werking niet minder en geringer is dan de schepping of de opwekking van de doden. Het is zo dat al degenen, in wier hart God op deze wonderbaarlijke wijze werkt, zeker, onfeilbaar en krachtig wedergeboren worden en metterdaad geloven.
De wil die nu vernieuwd is, wordt door God gedreven en bewogen. Maar de wil die door God bewogen wordt, werkt nu zelf ook. Daarom wordt dan ook terecht gezegd, dat de mens door de genade die hij ontvangen heeft, gelooft en zich bekeert.
Het werk van de Heilige Geest wordt in de Bijbel genoemd: wedergeboorte, vernieuwing. Want het is een nieuwe schepping van God. Het wordt ook genoemd: opwekking uit de dood (geestelijke dood) en levendmaking. Er staat zo mooi in dit artikel: God werkt het zonder ons in ons!
De prediking alleen doet dat niet. Een mens kan worden aangeraden om de Heere te zoeken en te vrezen, maar dat is ook niet genoeg. Er is meer nodig!
Als God het aan de mens zou overlaten of hij wedergeboren en bekeerd wil worden, zou het niet gebeuren. De mens heeft de macht niet meer om zich te bekeren of te zorgen dat hij wedergeboren wordt. Daar is een bovennatuurlijke, een Goddelijke kracht voor nodig. Net als bij de schepping en de opwekking uit de doden.
Dat werk van de wedergeboorte is niet alleen een krachtig, maar ook een wonderlijk zoet en verborgen werk. Zoet, omdat de Heere Zijn liefde in het hart geeft. Verborgen, omdat het in het hart wordt gewerkt. Het is eigenlijk niet onder woorden te brengen wat het precies is. Het is onuitsprekelijk!
Degenen die dat wonderlijke werk van God in het hart ontvangen, worden dus wedergeboren en gaan geloven in God. Dat kan niet anders. Want omdat God uit genade een nieuwe en goede wil geeft, gaat die mens daardoor in God geloven en zich bekeren.

