Liturgie D.V. Zondag 1 juni

morgendienst,

Zingen:         Psalm 62: 4

Zingen:         Psalm 99: 4

Schriftlezing: Lukas 24: 36-53

Zingen:         Psalm 65: 1, 2 en 5

Zingen:         Psalm 20: 4 en 5

Zingen:        Psalm 148:1

 

Tekst: Lukas 24:52b en 53:  En zij…keerden weder naar Jeruzalem met grote blijdschap. En zij waren allen tijd in den tempel, lovende en dankende God. Amen.

Thema:  Een wachtende gemeente Gods

1. Wachten in Jeruzalem (keerden weder naar Jeruzalem)

2. Wachten met blijdschap (met grote blijdschap)

3. Wachten met lofprijzing (En zij ….. God. Amen.)

 

Vragen voor onze kinderen en jongeren

1. Wat hebben Henoch (Genesis 5:22) en de profeet Elia met de tekst te maken?

2. Als de discipelen terugkeren naar Jeruzalem komen ze langs of zien ze verschillende plaatsen waar bijzondere dingen zijn gebeurd. Kun je er een paar noemen en wat daar is gebeurd?

3. Waarom moesten de discipelen naar Jeruzalem? Daar zaten toch de vijanden van Jezus en van hen?

4. Ook wij zijn in een wereld die van God en van Zijn Woord niet wil weten. Kun je dat begrijpen?

5. Waarom zijn de discipelen verblijd als ze naar Jeruzalem terugkeren? De Heere Jezus is nu toch niet meer bij hen?

6. De discipelen gingen naar de tempel. Ga je ook graag naar de kerk?

7. Ze loofden en dankten God. Waarvoor loofden en dankten ze?

8. Mag je de Heere ook loven en danken?

9. Waarop moesten de discipelen wachten in Jeruzalem?

10. Heeft dat jou ook nog wat te zeggen?

 

 

middagdienst

Zingen:         Psalm 48: 1

Zingen:         Psalm 115: 6

Schriftlezing: Psalm 46

Zingen:         Psalm 46: 2, 3 en 6

Zingen:         Psalm 108: 6

Zingen:         Psalm 68: 2

 

Tekst: Psalm 46:5a: De beekjes der rivier zullen verblijden de stad Gods.

Thema: De stad van God

1. Haar eigenschappen. (Wat moeten we verstaan onder de stad van God?)

2. Haar Koning. (Vers 6: God is in het midden van haar)

3. Haar strijd. (Vers 3 en 4)

4. Haar blijdschap. (De beekjes der rivier zullen verblijden)

 

Vragen voor onze kinderen en jongeren

1. Ken je een paar steden die in de Bijbel worden genoemd?

2. Met welke stad wordt het Koninkrijk van God vaak vergeleken?

3. Waarom wordt deze stad de stad van God genoemd?

4. Hoe kom je binnen de muren van die stad?

5. Wie is de Koning van die stad?

6. De stad wordt door vijanden belegerd. Kun je met vers 4 bedenken wie die vijanden kunnen zijn?

7. De Heere Jezus heeft gezegd: Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden. Is er in die troost ook blijdschap?

8. Zie je de tegenstelling tussen de bruisende wateren van vers 4 en de beekjes van de rivier, die verblijden?

9. Vind je het fijn als er uit de Psalmen wordt gepreekt, of vind je het moeilijk?

10. Zou je graag in de stad van God willen wonen?