Morgendienst/ leerdienst Dordtse Leerregels V, 14
Zingen: Psalm 25 : 2
Zingen: Psalm 95 : 3
Schriftlezing: 1 Petrus 1 : 13 – 25
Zingen: Psalm 84 : 1, 2 en 5
Zingen: Psalm 119 : 45 en 53
Zingen: Psalm 100 : 2
Gods’ genadewerk. Drie kernwoorden:
1) genademiddel (Gelijk…beginnen)
2) genadetijd (alzo…volbrengt Hij het)
3) genadeblijken (door…sacramenten)
Vragen voor onze kinderen en jongeren:
1.Wat is het genademiddel bij uitnemendheid?
2.Kun je het voorbeeld uit de preek navertellen?
3.In welke paragrafen van de Dordtse Leerregels ging het óók al over de prediking?
4.Welke vier woorden maken duidelijk dat heel de genadetijd van een gelovige geldt: ‘door U, door U alleen om ’t eeuwig welbehagen’?
5.Wat bedoeld paragraaf 14 met ‘achtervolgt’?
6.Door welke (zeven) dingen onderhoudt de Heere Zijn genadewerk?
7.Waarom is het zo opmerkelijk dat de Heere eenvoudige dingen wil gebruiken?
8.Leg uit: ‘Waar genadeleven is, is honger en dorst naar het Woord’.
9.Is er in jouw leven al ‘honger en dorst’ gekomen? Waaruit blijkt dat?
10.Hoe wil de Heere de beide sacramenten gebruiken voor Gods kinderen?
Middagdienst,
Zingen: Psalm 138 : 4
Zingen: Psalm 40: 4
Schriftlezing: Mattheus 27: 17 – 32
Zingen: Psalm 69: 4 en 14
Zingen: Psalm 32: 5
Zingen: Psalm 89: 8

