liturgie DV zondag 1 september

Morgendienst/ bediening Heilige Doop

 

Zingen:            Psalm           42 : 1  

Zingen:            Psalm         119 : 86

Schriftlezing:   Efeze             6 : 10 – 20

Zingen (voor doop) 105 : 5, (na doop) 134 : 3         

Zingen:            Psalm           18 : 9, 10 en 15

Zingen:            Psalm           33 : 7

 

‘De wapenrusting’.

1) de herkomst van de wapenrusting (11a en 13a)

2) de noodzaak van de wapenrusting (11b en 13b)

 

Vragen voor onze kinderen en jongeren:

1.Wat zegt het doopformulier (in het slotgebed) over geestelijke strijd?

2.Waarom is in die strijd een wapenrusting nodig?

3.Welk ‘gewoon’ voorbeeld en welk Bijbels voorbeeld hoor je in de preek?

4.Waar komt de wapenrusting nu vandaan?

5.Leg uit: ‘eerst moeten onze wapens ingeleverd worden en dan krijgen we de wapenrusting van God’

6.Waarom staat er ‘de gehele wapenrusting’?

7.Welke listen gebruikt de duivel en wat is ‘staande’ blijven?

8.Krijgen al Gods kinderen evenveel strijd?

9.Is de oproep van vers 11 en 13 nu voor elke christen apart of voor allemaal samen? Wat betekent dat voor onze gemeente?

10.Hoor jij al bij de strijdende Kerk?

 

Middagdienst/ leerdienst Dordtse Leerregels II, par. 6 en 7 

 

Zingen:                         Psalm       32 : 3

Zingen:                         Psalm     100 : 2

Schriftlezing:                Jesaja       55

Zingen:                         Psalm       27 : 3, 5 en 7 

Zingen:                         Psalm       57 : 2  

Zingen:                         Psalm       52 : 7

 

‘Verloren of behouden’.

1) Verloren door eigen schuld (par.6)

2) Behouden door Gods genade (par.7)

 

Vragen voor onze kinderen en jongeren:

1.Wie worden er door het Evangelie geroepen?

2.Is het niet wat negatief: ‘dat velen zich niet bekeren’?

3.Kun je wat Bijbelse bewijsplaatsen van deze stelling navertellen?

4.Wat is niet de reden van verloren gaan?

5.Wat is wel de reden waarom mensen verloren gaan?

6.Waarom noemen we het antwoord op vraag 5 en vraag 6 een ‘schijnbare tegenstrijdigheid’?

7.Waarom spreken onze Dordtse vaderen met paragraaf 7 over ‘waarachtig’ geloven?

8.Waar ligt het begin van de genade? Waarom is dat zo’n troost voor Gods kinderen?

9.Leg het verschil uit tussen de ‘verwerving’ en de ‘toepassing’ van de zaligheid (ouders mogen helpen om dit nog een keer uit te leggen!).   

10.Denk jij na over verloren gaan of behouden worden? Hoe ben jij daar mee bezig?