liturgie DV zondag 12 oktober

Morgendienst, bediening Heilig Avondmaal

 

Zingen:              Psalm   140 : 7      

Zingen:              Psalm   119 : 3

Schriftlezing: 1 Samuël 17 : 39 – 47     

Zingen:              Psalm     89 : 7, 9 en 10

Zingen:              Psalm   142 : 5 

Zingen:              Psalm   142 : 7

Zingen:              Psalm    22 : 

Zingen:              Psalm     21 : 13

 

’Geloof belijden’

1) als Goliath (m.n. vers 43, 44)    

2) als David (m.n. vers 45, 46)

 

Vragen voor onze kinderen en jongeren:

1.Leg uit: ‘David is eerst door Saul aangekleed, toen door God uitgekleed en tenslotte door de Heere toegerust’.

2.Welke betekenis ligt daarachter voor een ware Avondmaalganger?

3.Wat neemt David mee in de strijd tegen Goliath?

4.Waarom wordt Goliath zo boos?

5.Wat zegt de reus tegen David over zijn wapens?

6.En wat wil Goliath met David doen?

7.Welke woorden spreekt David tot Goliath over de overwinning?

8.Wat betekent ‘ik kom tot u in de Naam van de HEERE der heirscharen’?

9.Welke betekenis heeft dit woord voor Gods kinderen? Verlang jij daar ook naar?

10.Welk doel zal deze overwinning hebben? Welk doel heeft het Avondmaal?

 

Middagdienst, nabetrachting Heilig Avondmaal

 

Zingen:            Psalm     116 : 1 en 11

Zingen:            Psalm       68 : 2

Schriftlezing:  1 Samuël  17 : 47 – 58 //    

Zingen:            Psalm       89 : 1, 3 en 8

Zingen:            Psalm         3 : 2 en 4

Zingen:            Psalm       68 : 11

 

‘In het strijdperk’.

1) Goliath en de nederlaag

2) David en de overwinning

 

Vragen voor onze kinderen en jongeren:

1.Wat is de laatste daad geweest van Goliath?

2.Wat doet David als hij de reus ziet aankomen?

3.Wat is de les van ‘het kiezelsteentje’?

4.Waarom onthoofd David de reus?

5.Wat doen de Filistijnen?

6.Hoe lijkt Goliath op de duivel en alle vijanden van Gods kinderen?

7.Wat horen we van het ‘hoofd’ en het ‘zwaard’ van de reus?

8.Wanneer zal een kind van God nooit meer behoeven te vechten?

9.Waarom vraagt Saul wie David is? En welk antwoord geeft David als hij bij Saul wordt gebracht?

10.Leg uit: ‘Gods kinderen zijn bestemd voor de kroon’. Hoor jij daar ook bij en wat moet er dan in je leven gebeuren?