Goede Vrijdag
Zingen: Psalm 22 : 1
Lezen: Dordtse Leerregels II, par. 1, 2 en 3
Zingen: Gebed des Heeren : 6
Schriftlezing: Mattheüs 27 : 33 – 56
Zingen: Psalm 22 : 3, 9 en 14
Zingen: Psalm 86 : 3 en 5
Zingen: Psalm 52 : 7
‘Deze was Gods Zoon’. Drie gedachten:
1) Jezus gekruisigd (tekstverband)
2) Jezus bewaakt (54a)
3) Jezus beleden (54b)
Vragen voor onze kinderen en jongeren:
1.Welke wonderen gebeurden er toen de Heere Jezus stierf op Golgotha?
2.Wat heeft de hoofdman aan Jezus gedaan of waarvoor was hij verantwoordelijk?
3.Welke kruiswoorden heeft deze man gehoord?
4.Wat was de taak van deze centurio?
5.Wat is er in het hart van deze krijgsoverste waarschijnlijk gebeurd?
6.Wat roept hij uit als de Heere Jezus sterft?
7.Wat zegt Calvijn over deze hoofdman? En wat denkt Kohlbrugge?
8.Welke boodschap komt er vanuit deze geschiedenis tot jou?
9.Er is één woordje wat we graag willen veranderen in de uitroep van de hoofdman; welk woordje en wat is de betekenis daarvan?
10.Wanneer wordt het een ‘Goede’ Vrijdag voor jou?
Paaszondag/ morgendienst
Zingen: Psalm 150 : 3
Zingen: Psalm 99 : 6
Schriftlezing: Mattheüs 28 : 1 – 10
Zingen: Psalm 72 : 6, 7 en 8
Zingen: Psalm 65 : 1 en 3
Zingen: Psalm 117
‘De opgestane Christus en de vrouwen’. We letten op:
1) heenwijzing (vs 8)
2) ontmoeting (vs 9a)
3) aanbidding (vs 9b)
Vragen voor onze kinderen en jongeren:
1.Wat is jouw antwoord op de eerste vraag uit de preek?
2.Op welke dag en welke tijd is de Heere Jezus opgestaan?
3.Welke vier vrouwen gingen al vroeg naar het graf?
4.Welke boodschap kregen ze van de engel?
5.Hoe blijkt de gehoorzaamheid van deze vrouwen?
6.Waarom staat er dat ze gaan met ‘vreze’ én met ‘grote blijdschap’?
7.Leg uit: ‘de vrouwen ontmoeten Jezus in de weg van Zijn Woord’?
8.Wat betekent dat (Jezus ontmoeten in de weg van Zijn Woord) voor jou?
9.Wat doen de vrouwen als ze Jezus zien?
10.Wat mocht Maria Magdaléna niet en zij wel? Wat is de reden?
Paaszondag/ middagdienst
Zingen: Psalm 119 : 65
Zingen: Psalm 5 : 12
Schriftlezing: Lukas 24 : 36 – 45
Zingen: Psalm 42 : 2, 4 en 5
Zingen: Psalm 66 : 4 en 10
Zingen: Psalm 29 : 6
‘Opzoekende liefde van Jezus’.
1) wie Hij opzoekt (vs 36 hen)
2) hoe Hij opzoekt (vs 36-44)
3) waartoe Hij opzoekt (vs 45)
Vragen voor onze kinderen en jongeren:
1.Waar zijn de discipelen op Paasavond?
2.Wie zijn er zojuist bij hen gekomen en waarover spreken ze?
3.Waarom is er spanning in dit gezelschap?
4.Zullen er vandaag nog van die bedroefde mensen zijn? Wat missen ze dan?
5.Leg uit: ‘zelfs Gods kinderen kunnen elkaar het geloof niet geven en niet aanpraten’.
6.Hoe is de Heere Jezus nu binnengekomen?
7.Wat heeft de Heere Jezus allemaal gezegd tot dit gezelschap?
8.Waarom duurt het zo lang voor ze echt geloven?
9.Wat is er nu eigenlijk nodig in hun harten en in jouw hart?
10.Wat laat de evangelist Johannes ons nog weten?
2e Paasdag/ belijdenisdienst
Zingen: Psalm 123 : 1
Lezen: NGB, artikel 27
Zingen: Gebed des Heeren : 3
Schriftlezing: Romeinen 10 : 1 – 10
Toezingen: Psalm 84 : 3
Zingen: Psalm 17 : 2, 3 en 4
Zingen: Psalm 64 : 10
‘Geloven en belijden’.
1) Waartoe geloven (vs 9d zo zult gij zalig worden)
2) Wie geloven (vs 9b de Heere Jezus)
3) Wat geloven (vs 9c dat Hem God…heeft)
4) Hoe geloven (vs 9a indien gij…belijden)
Vragen voor onze kinderen en jongeren:
1.Kun je het verhaaltje waar de preek mee begon, navertellen?
2.Wanneer wordt een zondaar zalig en wat is dat?
3.Hoe kom je nu aan het ware geloof?
4.Op Wie richt dat echte geloof zich?
5.Welk belangrijk heilsfeit noemt Paulus in deze tekst?
6.Wat is het verschil tussen ‘mond’ en ‘hart’?
7.Waarom horen die twee bij elkaar in het leven van een echte christen?
8.Kun je het voorbeeld daarbij nog noemen?
9.Waarom is het werk van de Heilige Geest nodig?
10.Leg uit: ‘zonder de gave van het geloof is het onmogelijk om te geloven’ en ‘met een geschonken geloof is het onmogelijk om niet te geloven’?

