Morgendienst/ Bediening Heilig Avondmaal
Zingen: Psalm 123 : 1
Zingen: Psalm 119 : 54
Schriftlezing: 1 Samuël 20 : 35 – 43
Zingen: Psalm 130 : 2, 3 en 4
Zingen: Psalm 25 : 1
Zingen: Psalm 26 : 2
Zingen: Psalm 116 :
Zingen: Psalm 116 : 11
’God is getuige’
1) tussen de HEERE en mij (zie, de HEERE zij tussen mij)
2) tussen de naaste en mij (en tussen u in der eeuwigheid)
Vragen bij de preek:
1.Welk plan heeft Jónathan bedacht om zijn vriend David de boodschap over de reactie van Saul te vertellen?
2.Waar gaat Jónathan naar toe en waarom zit hij niet naast Saul?
3.Wat denkt Saul als hij de lege plaats van David ziet?
4.Wat vraagt de koning op de tweede dag van het feest? Waaruit blijkt in deze vraag zijn afkeer van David?
5.Wat zegt Jónathan?
6.Waarom is Saul zo boos?
7.Leg uit: ‘Net zo onoprecht als Saul het feest vierde, kan iemand ook het Heilig Avondmaal houden’.
8.Waaruit blijkt de bittere haat van Saul?
9.Wat gebeurt er in het veld met Jónathan, zijn knecht en de pijl?
10.Wat mag Jónathan voor de tweede keer zeggen? Waarom moet een ware Avondmaalganger dat ook kunnen zeggen?
Middagdienst/ Nabetrachting Heilig Avondmaal
Heidelbergse Catechismus zondag 29
Zingen: Psalm 103 : 3
Zingen: Psalm 68 : 2
Schriftlezing: Johannes 6 : 41 – 59
Zingen: Psalm 16 : 2, 3, 4 en 5
Zingen: Psalm 118 : 10
Zingen: Psalm 73 : 14
‘Christus en het Avondmaal’
1) Hoe Christus aanwezig is (vr./antw.78)
2) Hoe Christus onderwijst (vr./antw. 79a Christus t/m gevoed worden)
3) Hoe Christus verzekert (antw. 79b maar veel meer t/m gedaan)
Vragen bij de preek:
1.Worden brood en wijn echt het lichaam en bloed van Christus?
2.Kun je de twee voorbeelden uit de preek navertellen?
3.Welke lijn met de Heilige Doop trekt de catechismus nu naar het Heilig Avondmaal?
4.Leg uit: ‘Het gaat in het Heilig Avondmaal om de geloofsband met de Heere Jezus’.
5.Waarom wordt Paulus wel genoemd in vraag 79 maar niet in het antwoord?
6.Wat wil de Heere Zijn kinderen allereerst leren (antwoord 79a)?
7.Leg uit: ‘Zoals we dagelijks voedsel nodig hebben, zó kan Gods volk geen dag zonder Christus’.
8.Waarover wil Christus Zijn kinderen zekerheid geven (antwoord 79b)?
9.Wat betekent: ‘als hadden wij zelven in onzen eigen persoon alles geleden’?
10.Zou jij een echte Avondmaalganger willen zijn? Hoe zoek jij naar de Heere?

