Liturgie DV zondag 19 april

Morgendienst/ Heidelbergse Catechismus zondag 18

 

Zingen:                 Psalm    45 : 1

Zingen:                 Psalm  119 : 29 

Schriftlezing:      Psalm    24

Zingen:                 Psalm    24 : 2, 3, 4 en 5

Zingen:                 Psalm    68 : 9

Zingen:                 Psalm    47 : 3 

 

‘Christus’ hemelvaart’ 

1) hemelvaarts-belijdenis (vr/antw. 46)

2) hemelvaarts-bekommernis (47+48)

3) hemelvaarts-betekenis (vr/antw. 49)

 

Vragen bij de preek:

1.Wat bedoelen we met de ‘aarde-vaart’, de ‘helle-vaart’ en de ‘hemel-vaart’ van de Heere Jezus?

2.Leg uit: ‘Een onbekeerd mensje staat vaak als een hond naar de hemel te blaffen’.

3.De hemelvaarts-belijdenis spreekt over iets wat voltooid is, iets wat nu is en iets wat in de toekomst ligt; kun je die drie dingen noemen?

4.Wat hebben de discipelen als laatste gezien van hun Meester en wat is daarvan de heerlijke betekenis?

5.Verlang jij weleens naar de wederkomst? Waarom wel en/of waarom niet?

6.Hoe spreek en denk jij over de eeuwige God?

7.Op welke wijze is de Zaligmaker niet meer op de aarde en hoe wel?

8.Kun je in eigen woorden iets zeggen over de ‘hemelvaarts-betekenis’?

9.En weet je het Bijbelse voorbeeld over de staf van Mozes na te vertellen?

10.Welk ‘pand’ stuurt de Heere Jezus uit de hemel en wat betekent dat?

 

Middagdienst/ bevestiging en afscheid ouderling

 

Zingen:            Psalm             93 : 1 en 4 

Zingen:            Psalm             95 : 4

Schriftlezing: Johannes       21 : 1 – 19 

Zingen:            Psalm           139 : 1, 2, 10 en 14

Zingen:            Psalm           116 : 1

Toezingen:      Psalm           121 : 4         

Zingen:            Psalm            73 : 13

 

Tekst: Johannes 21 vers 15 – 17

 

‘De grote Ambtsdrager en de kleine’.

1) Examen in de liefde

2) Navolgen door de liefde

 

Vragen bij de preek:

1.Wie is de grote Ambtsdrager en wie is (zijn) de kleine ambtsdrager(s)?

2.Waar zijn de discipelen in deze geschiedenis?

3.Petrus was al opgezocht door de Heere Jezus; waarom gaat Zijn Meester weer tegen hem spreken?

4.Welke vraag stelt Jezus wel drie keer aan Petrus en waarom?

5.Welk antwoord geef jij vanmiddag?

6.Kun je de drie antwoorden van Petrus vertellen?

7.Welke drie opdrachten krijgt Petrus en wat betekent dat?

8.Welke taken heeft een ouderling?

9.Wat is jouw taak voor de ouderling (en alle ambtsdragers)?

10.Vraag je (als je man bent) weleens aan de Heere of Hij je wilt roepen tot een ambt of andere taak in Zijn Koninkrijk (als Hij je kan gebruiken)?