Morgendienst/ seriepreek ‘David’ (14)
Zingen: Psalm 34 : 2
Zingen: Psalm 119 : 56
Schriftlezing: 1 Samuël 21
Zingen: Psalm 56 : 1, 4 en 6
Zingen: Psalm 34 : 9 en 10
Zingen: Psalm 34 : 11
‘David op de verkeerde weg’.
1) het brood van de priester (vs. 1-6)
2) het wapen van de reus (vs. 7-9)
3) het oordeel van de koning (vs. 10-15)
Vragen bij de preek:
1.Waar gaat David naar toe en waarom?
2.Wat zegt hij allemaal tegen Achimelech? Lieg jij weleens en waarom is dat zo’n grote zonde?
3.Leg uit: ‘David ontmoet in Nob een zwijgend God’.
4.Wat is het verschil tussen de ‘kleine’ David en de ‘grote’ David?
5.Welk brood krijgt David en waarom?
6.Wie is er ook bij de tabernakel en wat weet je van hem?
7.Waar vraagt David nog meer om en waarom is dat verdrietig?
8.Leg uit: ‘Gods kinderen worden gedragen in de doorboorde handen van de grote Hogepriester en daarom komen ze niet om’.
9.Waar gaat David naar toe en waarom is dat zo onbegrijpelijk?
10.Welke list gebruikt David en welke twee psalmen heeft hij later gedicht bij deze geschiedenis?
Middagdienst/ H.C., zondag 30
Zingen: Psalm 89 : 13
Zingen: Psalm 68 : 2
Schriftlezing: Hebreeën 10 : 1 – 18
Zingen: Psalm 40 : 3, 4 en 8
Zingen: Psalm 132 : 9 en 10
Zingen: Psalm 93 : 4
‘Christus en het Heilig Avondmaal’; we horen van:
1) Tafel en altaar (80)
2) Leer en leven (82)
3) Mishagen en vertrouwen (81)
Vragen bij de preek:
1.Om welke vraag gaat het eigenlijk in zondag 30?
2.Waarom worden de vreselijke woorden ‘verloochening’ en ‘vervloekte afgoderij’ gebruikt?
3.Wat betekent het woordje ‘paaps’?
4.Kun je verschillen noemen tussen de mis en het Heilig Avondmaal?
5.Wat ‘betuigt’ het Avondmaal des Heeren?
6.Wie mogen niet aan het Heilig Avondmaal komen?
7.Wat is het gevolg als zulke mensen toch komen en ze niet worden aangesproken?
8.Wat is ‘mishagen’ van jezelf? Wanneer ga je dat doen?
9.Over welk vertrouwen gaat het in antwoord 81? Hoe kom je aan dat vertrouwen?
10.Waaruit blijkt de ware dankbaarheid in het leven van ware Avondmaalgangers?

