Morgendienst
Zingen: Psalm 42 : 7
Zingen: Psalm 119 : 30
Schriftlezing: 1 Petrus 1 : 1 – 12
Zingen: Psalm 68 : 2 en 10
Zingen: Psalm 89 : 4 en 7
Zingen: Psalm 150 : 3
‘Lofzang na Pasen’.
1) Over de bron (3a ‘Geloofd zij…Christus’)
2) Over de grond (3d ‘door de opstanding…doden’)
3) Over de vrucht (3b ‘Die…wedergeboren’)
4) Over de hoop (3c‘tot een levende hoop’)
Vragen bij de preek:
1.Waarom gaat het vanmorgen weer over Pasen?
2.Hoe wordt de eerste brief van Petrus wel genoemd en waarom?
3.Aan wie schrijft Petrus deze brief en waarom is de ‘toon’ zo opmerkelijk?
4.Waarom komen we hier zo’n heel ‘andere’ Petrus tegen dan ‘Petrus kort na Pasen?’
5.Wat is de ‘bron’ en de ‘grond’ van deze lofzang?
6.En over welke ‘vrucht’ gaat het?
7.Leg uit: ‘Ik word zonder eigen toedoen geboren. Zo word ik ook zonder eigen toedoen wedergeboren’.
8.Waartoe word jij vanmorgen wel opgeroepen? Wat doe je ermee?
9.Wat bedoelen we met een ‘levende hoop’?
10.Wat is het verschil tussen een belegging en een erfenis? En wat hoor je over die uitdrukking: ‘in het verleden behaalde resultaten geven geen garantie voor de toekomst’?
Middagdienst/ HC zondag 19a
Zingen: Psalm 96 : 4
Zingen: Psalm 111 : 5
Schriftlezing: Psalm 110
Zingen: Psalm 110 : 1, 2, 3, 5, 6, en 7
Zingen: Psalm 103 : 6 en 10
Zingen: Psalm 89 : 8
‘De verhoogde Christus’
1) het teken van Zijn verhoging (vr/antw. 50)
2) het nut van Zijn verhoging (vr/antw. 51)
Vragen bij de preek:
1.Wat zijn de eerste drie ‘trappen’ van de verhoging van de Middelaar
2.Waarom staan de eerste twee trappen in de verleden (of voltooide) tijd en nu de derde in de tegenwoordige tijd?
3.Leg uit: ‘De rechterhand van God is de plaats van eer, macht en gunst’.
4.En wat wil het zeggen dat Jezus geen ‘werkloze’ rust maar een ‘werkzame’ rust heeft?
5.Kun je het voorbeeld van Jozef en de lijn naar de Heere Jezus navertellen?
6.Welke indringende oproep klinkt er in de preek?
7.Wat hoor je allemaal over de Heere Jezus? Wil jij Hem echt kennen en waaruit is dat dan te merken in jouw leven?
8.Wat is het eerste nut voor de kinderen van God?
9.Kun je wat gaven noemen die het Hoofd uitgiet? Hoe komen die gaven nu bij alle echte gelovigen?
10.Waarom is een ware gelovige nooit ‘dakloos’ en ‘weerloos’?

