Bijbellezing Jozef (16)
Zingen: Psalm 85 : 3
Dordtse Leerregels, hfdst. 5, par. 15
Zingen: Psalm 32 : 4
Schriftlezing: Genesis 46 : 1 – 27
Zingen: Psalm 105 : 10, 12, 13 en 24
Zingen: Psalm 119 : 21
Zingen: Psalm 29 : 6
’Op reis naar Jozef’. We letten op:
1) Gods antwoord (vs 1,2)
2) Gods belofte (vs 3,4a)
3) Gods troost (vs 4b)
Vragen bij de preek:
1.Waaarom heeft het even geduurd voor Jakob op reis ging naar Jozef?
2.En waarom stopt hij bij de grens?
3.Welke belangrijke les krijgen we uit die ‘stop’ bij Berséba?
4.Leg uit: ‘Het ware geloof worstelt en kruipt en roept bij het altaar’.
5.Met welke naam roept de Heere hem en waarom hoort hij die naam twee keer?
6.Leg uit: ‘als Jakob Kanaän verlaat is hij voor de zoveelste keer zo arm als de mieren’.
7.Wat houdt Jakob over? Wat zou jij willen hebben?
8.Hoe maakt de Heere Zich bekend aan Jakob en wat wil dat zeggen?
9.Welke heerlijke woorden worden hem beloofd in vers 3b en 4a?
10.Wat betekent ‘Jozef zal zijn hand op uw ogen leggen’? Wat hoor je over de Meerdere Jozef, Jezus Christus?

