Liturgie DV 8 februari

Morgendienst/ bediening Heilig Avondmaal

 

Zingen:              Psalm     42 : 1      

Zingen:              Psalm   119 : 20

Schriftlezing: Johannes 4 : 19 – 26     

Zingen:              Psalm   147 : 2 en 4

Zingen:              Psalm   123 : 1

Zingen:              Psalm    22 : 16

Zingen:              Psalm   136 : 

Zingen:              Psalm   136 : 26

 

Johannes 4 vers 26

’De Levensvorst geeft het levende water’.

(’s morgens geen punten)

 

Vragen bij de preek:

1.Welke belijdenis had de Samaritaanse vrouw gedaan nadat ze ontdekt was aan haar zondige leven?

2.Wat is het ‘levende water’ en hoe kom je eraan?

3.Waarom gaat deze vrouw nu spreken over de plaats van het gebed?

4.En waarom spreekt ze nu over de Messias?

5.Welke gedachten hadden de Samaritanen over de Messias?

6.Welke vraag uit de Catechismus ‘leren’ alle ware Avondmaalgangers?

7.Leg uit: ‘Als we bij de hoogste Profeet op school komen, leren we dat we een Priester nodig hebben’.

8.Wat zegt Jezus tegen deze vrouw?

9.Waarom heb jij datzelfde nodig?

10.Welk wonder is er toen gebeurd en hoe weten we dat?

 

Middagdienst/ nabetrachting Heilig Avondmaal

 

Zingen:            Psalm     126 : 2 

Zingen:            Psalm       15 : 1

Schriftlezing: Johannes  4 : 26 – 42

Zingen:            Psalm       66 : 2, 3 en 8

Zingen:            Psalm       86 : 5 en 6 

Zingen:            Psalm       72 : 11

 

‘Christus alleen’.

1) vervuld van Christus (vs 28)

2) getuigend van Christus (vs 29b)

3) nodigend tot Christus (vs 29a, 39-42)

 

Vragen bij de preek:

1.Wanneer stopt het gesprek bij de Jakobsbron?

2.Waarom vergeet de Samaritaanse vrouw haar waterkruik?

3.Leg uit: ‘We kunnen onze handen zo vol hebben aan onze kruiken dat we aan het levende water niet denken’.

4.Wanneer ‘vergeten’ we onze kruiken met water? Is dat in jouw leven al gebeurd?

5.Welke beschamende les horen we over de discipelen? Herken je dat?

6.Wat zegt deze vrouw over de Heere Jezus en over zichzelf?

7.Waarom is dat nu ook precies wat een echte Avondmaalganger ook leert?

8.Kun je de drie ‘spiegels’ noemen uit de preek? Ben jij als die ‘derde spiegel’?

9.Wat doen de inwoners met het getuigenis en de nodiging van de Samaritaanse?

10.Wat doe jij met de preek en waaruit blijkt dat?